CSRD legt de vinger op de zere plek

Waarom duurzame inzetbaarheid geen HR-thema meer is, maar bestuursverantwoordelijkheid

De invoering van de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) wordt door veel organisaties primair benaderd als een nieuwe rapportageverplichting. Begrijpelijk, maar ook beperkt.

Wie CSRD uitsluitend ziet als compliance, mist wat deze richtlijn werkelijk blootlegt: de volwassenheid van het bestuur in het omgaan met mens en organisatie.

De CSRD verplicht organisaties niet tot specifieke beleidskeuzes of interventies. Zij verplicht wél tot transparante, consistente en onderbouwde rapportage over materiële risico’s, impact en kansen. Precies daarin ontstaat een onderscheid dat verder gaat dan verslaglegging alleen.

Van rapporteren naar kijken

Duurzaamheid werd lange tijd vooral geassocieerd met milieu en ketens. Het sociale domein kreeg aandacht, maar bleef voor bestuurders vaak abstract. Met de CSRD verschuift dit domein naar het hart van de organisatie.

Niet omdat welzijn “zachter” wordt, maar omdat het zichtbaar wordt als structurele factor in risico, continuïteit en waardecreatie.

De richtlijn vraagt organisaties inzicht te geven in onder andere:

  • Gezondheid en veiligheid

  • Mentale belasting en werkdruk

  • Herstelvermogen en inzetbaarheid

  • Betrokkenheid, ontwikkeling en behoud

Daarmee ontstaat een fundamentele verschuiving:
van goede intenties naar aantoonbare realiteit.


Dubbele materialiteit: mens en organisatie zijn onlosmakelijk verbonden

De CSRD werkt vanuit het principe van dubbele materialiteit. Dat betekent dat organisaties rapporteren over:

  1. De impact van de organisatie op mensen

  2. De impact van menselijk functioneren op de organisatie

Dit een bestuurlijk anker. Het maakt zichtbaar dat duurzame inzetbaarheid niet alleen gaat over zorg voor mensen, maar ook over strategisch risicomanagement.

Wanneer mentale belasting, uitputting of lage betrokkenheid structureel voorkomen, zijn dat niet alleen sociale signalen, maar ook:

  • Continuïteitsrisico’s

  • Productiviteitsverliezen

  • Veranderbeperkingen

  • Reputatie- en governancevraagstukken


De kloof tussen beleving en werkelijkheid

In veel organisaties ontstaat een terugkerend patroon. Medewerkers functioneren ogenschijnlijk goed. Verzuim is beheersbaar. Resultaten worden gehaald. Tegelijkertijd stapelen zich onder de oppervlakte signalen op: vermoeidheid, zingeving, verminderde focus, laag herstel en mentale spanning.

Deze kloof tussen beleving en feitelijke balans vormt een sluimerend risico. Niet direct zichtbaar, maar wel voorspelbaar in zijn effecten. Bestuurlijk gezien gaat het hier niet om individuele veerkracht, maar om de vraag of het organisatorische systeem structureel herstel mogelijk maakt.


Waarom veel welzijnsbeleid onvoldoende effect heeft

Veel organisaties investeren oprecht in welzijn. Toch blijft de impact vaak beperkt. Niet door gebrek aan inzet, maar door de gekozen invalshoek.

Welzijnsbeleid start vaak bij oplossingen:

  • Korte interventies

  • Rechtlijnige programma’s

  • Standaard trainingen

Zonder eerst scherp te maken waar en waarom energie structureel weglekt, blijft beleid fragmentarisch. De CSRD maakt dit zichtbaar door niet te vragen wat er wordt gedaan, maar wat er aantoonbaar speelt.


De Integraal Welzijn lens

Welzijn bekeken als systeemvraagstuk

Vanuit een integraal perspectief ontstaat een ander beeld van duurzame inzetbaarheid:

  • Uitputting is zelden individueel falen, maar een systeemuitkomst.

  • Energie en herstel zijn geen zachte begrippen, maar vroegsignaleringen.

  • Gedrag is vaak het gevolg van onbewuste patronen in structuur, leiderschap en cultuur.

  • Welzijn ontstaat niet in de mens alleen, maar in de interactie tussen mens en systeem.

Meten krijgt in deze benadering een andere betekenis. Niet als controlemiddel, maar als spiegel. Een manier om zichtbaar te maken wat vaak wordt gevoeld, maar niet benoemd. Bewustwording is daarin geen bijvangst, maar de voorwaarde voor duurzame verandering.


Wat data structureel laten zien

Wanneer welzijn integraal en systematisch wordt benaderd, ontstaat een consistent beeld. In veel organisaties blijkt:

  • Het productiviteitsverlies door verminderde inzetbaarheid groter dan zichtbaar verzuim

  • Stres gerelateerde belasting structureel onderschat

  • Zelfinschatting positiever dan feitelijke balans

  • Herstel onvoldoende geborgd

Financieel vertaalt dit zich in substantiële verborgen kosten, vaak voordat sprake is van uitval. Juridisch en bestuurlijk zijn dit materiële risico’s die binnen de CSRD-context relevant worden.


Van rapportageplicht naar governancevraagstuk

De CSRD verplicht tot rapporteren, niet tot sturen. Maar zij maakt zichtbaar waar sturing ontbreekt. Daarmee verschuift duurzame inzetbaarheid van uitvoerend thema naar governancevraagstuk.

Voor bestuur en toezicht betekent dit:

  • Duurzame inzetbaarheid als onderdeel van risicobeheersing

  • Structurele agendering op bestuursniveau

  • Betrokkenheid van RvC en auditcommissies

  • Samenhang tussen beleid, praktijk en rapportage

Waar CSRD vraagt om transparantie, ontstaat ruimte voor bestuurlijke keuzes. Organisaties verschillen niet in hun rapportageplicht, maar wel in hoe volwassen zij omgaan met wat zichtbaar wordt.


Mensgericht en data gedreven: geen tegenstelling

Goed meten creëert geen afstand, maar helderheid. Mits zorgvuldig toegepast, vergroot het eigenaarschap en de continue dialoog. Data fungeren als gemeenschappelijke taal. Voor bestuurders vraagt dit om leiderschap: het vermogen om te kijken zonder te versimpelen en te sturen zonder te forceren.


Tot slot: voldoen of werkelijk begrijpen

De CSRD schrijft geen moreel oordeel voor. Zij verplicht tot transparantie. Daarmee worden verschillen in volwassenheid, samenhang en bewustzijn zichtbaar.

De kernvraag voor bestuurders is daarom niet:
Hoe voldoen wij aan de CSRD?

Maar:
Wat laat deze transparantie zien over hoe ons systeem met mensen omgaat?

Want uiteindelijk geldt:
een organisatie kan niet duurzamer zijn dan het systeem waarin haar mensen dagelijks functioneren.

En precies daar begint toekomstbestendig goed besturen.


Van inzicht naar bestuurlijk gesprek

Voor veel bestuurders is de CSRD het startpunt van een bredere reflectie: niet alleen op wat gerapporteerd moet worden, maar op wat zichtbaar wordt wanneer menselijk functioneren werkelijk in samenhang wordt bekeken. Een integraal perspectief helpt om deze inzichten te vertalen naar volwassen bestuurlijke gesprekken over risico, continuïteit en lange termijn waardecreatie. Het verkennen van deze samenhang, samen met bestuur en toezicht, biedt ruimte om aannames te toetsen, blinde vlekken te herkennen en richting te geven aan keuzes die verder reiken dan compliance alleen.

Bronnen

European Commission (2023).
Directive (EU) 2022/2464 as regards corporate sustainability reporting (CSRD).
De officiële Europese richtlijn die de verplichtingen vastlegt voor duurzaamheidsrapportage, inclusief het sociale domein en governance.
https://eur-lex.europa.eu

European Financial Reporting Advisory Group (EFRAG) (2023).
European Sustainability Reporting Standards (ESRS).
Met name ESRS 1 General Requirements en ESRS S1 Own Workforce, waarin rapportage over gezondheid, werkdruk, inzetbaarheid en sociale impact wordt uitgewerkt.
https://www.efrag.org

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) (2024–2025).
CSRD: duurzaamheidsrapportage voor bedrijven.
Nederlandse toelichting op implementatie, reikwijdte, fasering en bestuurlijke verantwoordelijkheden.
https://www.rvo.nl

Sociaal-Economische Raad (SER) (2023).
Duurzame inzetbaarheid: investeren in werkenden, organisaties en samenleving.
Positioneert duurzame inzetbaarheid als strategisch en maatschappelijk vraagstuk met impact op productiviteit en arbeidsmarkt.
https://www.ser.nl

TNO (2019–2024).
Duurzame inzetbaarheid, werkdruk en productiviteit.
Wetenschappelijke onderbouwing van de relatie tussen mentale belasting, herstel, inzetbaarheid en verborgen kosten voor organisaties.
https://www.tno.nl

World Health Organization (WHO) (2010).
Healthy workplaces: a model for action.
Internationaal kader waarin gezondheid wordt benaderd als samenhang tussen fysieke, mentale en sociale factoren binnen organisaties.
https://www.who.int

OECD (2021).
Well-being at Work.
Internationaal onderzoek naar welzijn als economische factor en randvoorwaarde voor duurzame groei en veerkracht.
https://www.oecd.org

International Labour Organization (ILO) (2022).
Safe and healthy working environments.
Onderbouwing van mentale gezondheid, psychosociale belasting en werkgeversverantwoordelijkheid binnen internationaal arbeidsrecht.
https://www.ilo.org

Harvard Business Review (2018–2024).
Diverse artikelen over leiderschap, mentale belasting, besluitvorming en langetermijnwaardecreatie in organisaties.
https://hbr.org

Deloitte (2023–2024).
Global Human Capital Trends & CSRD impact analyses.
Inzicht in de verschuiving van welzijn en menselijk kapitaal naar boardroomniveau binnen ESG en CSRD.
https://www.deloitte.com

PwC (2023–2024).
CSRD explained: implications for boards and executives.
Analyse van CSRD vanuit governance, risicomanagement en auditperspectief.
https://www.pwc.com

McKinsey & Company (2022–2024).
The link between employee well-being and organizational performance.
Onderzoek naar de relatie tussen welzijn, energie, prestaties en veerkracht.
https://www.mckinsey.com


Juridische disclaimer

Deze publicatie is informatief en reflectief van aard. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. Wet- en regelgeving, evenals interpretaties daarvan, zijn aan verandering onderhevig. Organisaties dienen voor toepassing altijd juridisch en professioneel advies in te winnen.

Volgende
Volgende

De toekomst van leiderschap ontstaat in het onderbewuste